Negentienhonderdachtennegentig – Mother Nature & Art Regia
Vanaf begin jaren negentig bracht mijn zoektocht naar de verhouding tussen mens en natuur mij bij de levensfilosofie en de kunst van de Indianen. Onder invloed daarvan ging ik grafische beeldtaal met fysieke vormen combineren. Deels met dingen die ik al jaren verzameld had. Door met de filosofie van de Indianen aan de gang te gaan, kwam ik in mijn werk steeds dichter bij de natuur. 
Ik maakte schilderijen en objecten met combinaties van natuurlijke materialen: met delen van skeletten, veren, vachten, gedroogde bloemen, schelpen. Aan een broer, een verwoed jager, vroeg ik konijnenvachten en die combineerde ik met schedeltjes en dat leidde tot verrassende resultaten. Maar dieren prepareren was niet mijn stiel en het gebeurde dan ook wel eens dat er iemand belde die zo’n ‘konijnenvachtobject’ gekocht had. Dan bleek het kunstwerk na een halfjaar haaruitval te gaan vertonen…
Ondanks de meer dan bijzondere samenwerking met mijn academie-medestudenten Géraldine Lodders en Nico Meeuwsen in Arnhem bleek het werk als free-lancer in de reclamewereld toch niet echt ‘mijn ding’ te zijn. De kunst bleef aan me trekken. In overleg met Wil besloot ik ‘groots’ uit te pakken met een expositie die bepalend zou moeten worden voor het al dan niet doorgaan met ‘de kunst’ als belangrijkste activiteit.
Het werd ‘Mother Nature’. Een grote thematentoonstelling met grafisch werk, schilderijen, mijn eerste objecten, een installatie met tijdens de opening een zwart/wit gebodypaint model.
Ik had de hele expositie afgestemd op de ruimte waar die plaats vond: de grote hal van de B-faculteiten van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

De opening was op 7 maart 1998. Er waren zo’n 40 werken te zien. In ‘Mother Nature’ kwam alles samen. De krachten die het leven maken en vernietigen. Moeder Natuur als bron van alle leven, waar we allemaal uit voortkomen en naar terugkeren. Het was letterlijk de optelsom van jaren; de balans van mijn leven tot dat moment. De zoektocht was volbracht en uitgedrukt in de best mogelijke thematiek.
De expositie werd een groot succes. Zowel vanuit het oogpunt van artistieke zeggingskracht, als bezoekeraantallen. En verkoop.
In datzelfde jaar werd ik uitgenodigd om deel te nemen
aan ‘Art Regia’, een internationaal kunstenaarssymposium in Bad Fischau in Oostenrijk. Art Regia was een EU-project dat toenmalig EU-voorzitter Oostenrijk organiseerde om kunstenaars uit heel Europa een week lang samen te brengen. Om ideeën uit te wisselen, te discussieren en te werken rond het thema ‘Kunst und Arbeit’. Van 9 tot 15 augustus streek ik met achttien collega’s neer in de regio.
Iedere kunstenaar werd op een ander bedrijf geplaatst, dat als tijdelijk atelier dienst deed. Ik kwam terecht op de houtzagerij (!) van Josef Hofer.
Aan het eind van de werkweek werden de eindwerkstukken via een wereldwijde internetjurering beoordeeld. Dat was in die tijd nog redelijk bijzonder. Tot mijn eigen verbazing won ik de eerste prijs. Ik was met die prijs helemaal niet bezig geweest – maar er vanzelfsprekend wel blij mee!
Eind augustus waren we terug in Overasselt. Het jaar was nog maar driekwart om, en het was al een topjaar. Een fantastische expositie en een Europese prijs. Moe maar voldaan vond ik dat ik nu wel even van mijn succes mocht genieten. Dat ‘even’ zou wat langer duren – maar dat wist ik op dat moment nog niet…

















































































































